“Jardin d’ Isabelle” is genoemd naar Isabelle de Borman, de dochter uit een rijke doktersfamilie. Het gezin De Borman woonde aan de Markt en dit was hun tuin. Isabella was verliefd op de dichter en bohémien Charles Beltjens die met haar wilde trouwen. Dokter de Borman gaf echter geen toestemming en Charles is naar Frankrijk vertrokken waar hij dichtte in zijn moedertaal, het Frans. Hij kreeg enige bekendheid en wordt daarom in de tuin van de vroegere dokterswoning herdacht met fragmenten uit zijn gedicht over de Condor en met een kopie van zijn beeld van de hand van de beeldhouwer Gjus Roebroek.
Dit is de voormalige tuin van de aan de Markt woonachtige dokter De Borman. In het prieeltje van deze tuin las de in Sittard geboren Franstalige dichter Charles Beltjens (1832 – 1890) zijn gedichten voor aan de door hem beminde doktersdochter Isabelle. Vader De Borman vond het standsverschil echter te groot en de revolutionaire ideeën en het “beroep” van de “amant” verwerpelijk zodat Isabelle voor Charles de onbereikbare geliefde bleef.
Aan de voet van het monumentje voor Charles Beltjens enkele regels uit zijn gedichten:
“À toi je songe, à toi ma jeune fiancée,
Aurore de mes jours, printemps de ma pensée.”
“Over jou droom ik, over jou mijn jonge verloofde,
Dageraad van mijn levensdagen, lente van mijn gedachten.”
“C’est toi qui veux rouvrir ta grande aile captive,
Ô Souvenir, oiseau des Paradis perdus.”
“Jij wil voor mij je grote vleugel weer ontvouwen,
O Herinnering, vogel uit de verloren Paradijzen.” (uit: “Le Condor captif”)
“Le Condor captif” (= de gekooide condor) bestaat uit vijfenzestig strofen van vier regels. In de eerste zeven strofen roept Beltjens het vredige en idyllische beeld op van een meimorgen in de Jardin des Plantes in Parijs. Dan wordt hij plotseling getroffen door een kreet van een enorme vogel, een condor die wanhopige pogingen doet om te ontsnappen aan de kooi waarin hij gevangen zit.
“Dans un cri formidable, il s´éleva, terrible,
Comme s’il eût tenté d´en briser le plafond;
Sa tête alla frapper la barrière inflexible
Et, poussant un long râle, il tomba sur le fond.”
“Met geweldig gekrijs vloog hij op, schrikaanjagend,
Alsof hij door het plafond van de kooi had willen breken.
Zijn kop sloeg tegen de afsluiting die niet meegaf
En, terwijl hij een lange kreet slaakte, viel hij op de grond.”
Labyrint (met dank aan Arno Dols)Het labyrint in de Jardin d’ Isabelle is een van de bijzondere plekken in onze regio: een kunstwerk van natuur, vakmanschap en stille bezieling.
Arno Dols, hovenier in hart en nieren, legde het aan. Hij belandde ooit — geheel toevallig — in de kathedraal van Chartres. Het beroemde labyrint lag daar volledig zichtbaar, vrij van stoelen en klaar om bewandeld te worden. Die onverwachte ontmoeting met het eeuwenoude patroon werd de inspiratie voor het labyrint dat hij in Sittard aanlegde: met dezelfde aandacht, dezelfde precisie en dezelfde uitnodiging tot verstilling en reflectie.
Arno’s naam bleef lang onvermeld. Echter, het mooie labyrint was altijd al, in elke bocht en elk patroon de uiting van een zeer getalenteerde maker. Vanaf nu is het ook een ode aan de maker. Het is zijn inspirerende uitnodiging aan iedereen om het pad te bewandelen en de stilte te ervaren. Een prachtig labyrint, gecreëerd door Arno, dat onze streek blijvend siert.
Dit labyrint is geen doolhof, maar een éénweg pad dat uitnodigt tot langzaam lopen en verstilling. Ga rustig, zonder doel of haast. Laat het pad je meenemen. In het centrum kun je even blijven staan, ademen, voelen. Op de weg terug neem je mee wat je hebt gevonden.
Zoals in Chartres weerspiegelen de bochten het leven zelf: omwegen, wendingen, momenten van aandacht. Het labyrint nodigt uit tot één beweging — naar binnen keren, om daarna weer naar buiten te gaan met iets meer helderheid dan toen je begon.